Custom Search
|
Cardiologie
Cardiologie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met het opsporen, diagnostiseren en behandelen
van ziekten van het hart. De cardioloog maakt hiervoor van een aantal onderzoeken gebruik, waarvan de polsslag, de systolische en diastolische
bloeddruk, het ECG of 'hartfilmpje', de echografie van het hart, en de hartcatheterisatie de belangrijkste zijn.
Recent is het in een aantal ziekenhuizen ook mogelijk de relatief nieuwe coronary CTA of 3-dimensionale hartscan te ondergaan.
Hierbij kunnen wandonregelmatigheden in de kransslagvaten minder invasief worden beoordeeld.
Voor de behandeling komen geneesmiddelen:
(bloeddrukverlagende middelen, anti-angineuze, ritmestoornis-bestrijdende, contractiekracht bevorderende middelen),
elektronische al dan niet implanteerbare apparaten: pacemaker, implanteerbare defibillator ofwel ICD, kunstmatige circulatiepompen,
operaties (b.v. klepreconstructies, klepvervangingen, sluiting van atriale of ventriculaire septumdefecten, omleidingen, dotteren,
en ablatie-technieken) in aanmerking.
Aangezien ongeveer 1/3 van de Nederlandse bevolking uiteindelijk aan een hartprobleem overlijdt,
is de cardiologie een van de grotere specialismen.
Binnen de cardiologie zijn een aantal deelgebieden te onderscheiden:
Deze deelgebieden lopen wel enigszins door elkaar heen, omdat vrijwel elke cardioloog naast een specifiek deelgebied ook algemeen cardioloog is. Zo zijn er slechts een heel klein aantal gespecialiseerde kindercardiologen. Operaties aan het hart worden door de thoraxchirurg verricht.. Dit is weer een apart specialisme waarvoor weer een heel andere opleiding vereist is.
Algemene cardiologie
Elke cardioloog is goed in staat om vrijwel alle hartziekten te diagnostiseren en voor zover mogelijk te behandelen.
De opleiding tot cardioloog is bovenop de normale artsenopleiding nog een specialisatie-opleiding van nog eens 6 jaar.
In die 6 jaar verkrijgt de kandidaat voldoende kennis om zelfstandig als cardioloog te kunnen functioneren.
Het functioneren van de Nederlandse cardiologen staat onder toezicht van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie.
Geregeld wordt elk ziekenhuis bezocht door een commissie die beoordeeld of de kwaliteit van de cardiologische zorg op peil is.
Interventiecardiologie
In een aantal centra in Nederland is er de mogelijkheid om een PTCA-behandeling uit te voeren.
In Nederland is gekozen voor een verwijs- en terugverwijsmodel waarin een patiënt na onderzoek wordt verwezen naar een centrum om
daar indien nodig een PTCA te ondergaan om dan weer te worden terugverwezen naar het eigen ziekenhuis.
Zo heeft elke patiënt wel de zorg in het eigen ziekenhuis.
Tegelijk blijft door hoge volumes de kwaliteit in het tertiaire ziekenhuis ook op orde.
Percutane Transluminale Coronair Angioplastiek
meestal afgekort tot PTCA of ook wel dotteren genoemd is het oprekken van een vernauwing (stenose) in een bloedvat van het hart door
er een ballonnetje in te brengen en dat met grote druk op te blazen.
Vaak wordt daarbij tevens een zgn. stent geplaatst, een (meestal) stalen veertje met een bepaalde vorm dat in opgevouwen toestand wordt
ingebracht maar zich bij het opblazen van de ballon ontplooit en dan zijn vorm vasthoudt,
waardoor weer dichtklappen van het vat wordt tegengewerkt. Dit heeft weer andere problemen doen ontstaan, zoals het ontstaan van bloedstolsels
op het lichaamsvreemde materiaal van de stent zelf en het dichtslibben van het vat net naast de geplaatste stent,
maar de laatste jaren zijn er op dit gebied wel belangrijke vorderingen gemaakt, zowel met betrekking tot het materiaal van de stent als
de preventie van stolselvorming.
Indien een stent geplaatst wordt, wordt in de nieuwe medische nomenclatuur sinds 2006 gesproken van een ,PCI: percutane coronaire interventie.
Ook andere slagaders dan die van het hart worden wel eens gedotterd. Zie angioplastiek.
De uitvinder en naamgever van deze techniek is de Amerikaanse arts, Charles Dotter.
Beeldvorming
Was vroeger de hartcatheterisatie hét middel om het hart nader te bestuderen, tegenwoordig zijn er veel meer mogelijkheden waarop minder
omslachtig en met minder risico's de toestand van het hart kan worden onderzocht.
Zo is er al langere tijd de echocardiografie, inspanningstest en de myocardscintigrafie.
Nieuwer zijn de methodes om middels CT-scanning en MRI-scanning de werking en het functioneren van het hart te beoordelen.
Ritme-cardiologie
Hartritmestoornissen vormen bij veel patiënten een probleem. Het gebied van de ritmestoornissen staan enigszins los van problemen met bijvoorbeeld
de kransslagvaten, al kunnen problemen met de kransslagvaten wel ritmestoornissen geven.
Was het vroeger eigenlijk alleen mogelijk om medicijnen te geven en eventueel een pacemaker te plaatsen,
tegenwoordig zijn ritmestoornissen in een aantal gevallen te genezen door middel van ablatietechnieken en zijn ernstige ritmestoornissen soms
te behandelen met gespecialiseerde pacemakers of een ICD.