Babinski reflex...
De voetzoolreflex is de reflex die wordt gezien als een arts de voetzool van de patiënt bekrast met een scherp voorwerp. Het onderzoek van de voetzoolreflex maakt deel uit van het neurologisch onderzoek. Bij een gezond persoon buigen de tenen in antwoord op de prikkel van het bekrassen van de voetzolen naar beneden (plantair), tenzij natuurlijk de huid zo dik is dat het krassen niet wordt gevoeld, waarbij de tenen niet bewegen. Soms, als de patiënt gespannen is kan de reflex niet worden opgemerkt. Dit is vanzelfsprekend niet van medische betekenis. In beide gevallen wordt de voetzoolreflex dan indifferent genoemd. Soms kan dan door de patiënt af te leiden alsnog een plantaire voetzoolreflex worden waargenomen.
Custom Search
|
Een pathologische (afwijkende) voetzoolreflex wordt een reflex volgens Babinski genoemd, vernoemd naar de Pools-Franse neuroloog Joseph Babinski. Daarbij gaan de tenen, in het bijzonder de grote teen, naar boven (in hyperextensie). De voetzoolreflex wordt in zijn geheel daarom ook wel eens de voetzoolreflex volgens Babinski genoemd. Deze naam kan echter tot verwarring leiden, aangezien de omschrijving ook zou kunnen worden geïnterpreteerd als een afwijkende uitkomst van het onderzoek. Met enige voorzichtigheid in acht genomen kunnen we aannemen dat dit op een aandoening in het centrale zenuwstelsel wijst, dat wil zeggen, de hersenen en het ruggenmerg. Mogelijk dat dit wijst op de eerste signalen van multiple sclerose, om dit echter zeker te weten is een nauwkeurig onderzoek nodig. Zoals een MRI [Magnetic Resonance Imaging]en een lumbaal punctie [LP]
Dit geldt overigens niet voor kleine kinderen. Bij zuigelingen is het centrale zenuwstelsel nog niet volledig gevormd en de reactie op prikkels verschilt daarom met die van volwassenen. Bij de zuigeling zal het krassen op de voetzolen doorgaans leiden tot omhoog gaan van de tenen in plaats van krullen, maar dit is geheel normaal. Een normaal kind dat ouder is dan twee jaar moet echter dezelfde reactie als een volwassene geven. Het omhoog gaan van de grote teen bij volwassenen kan verklaard worden door het feit dat bij een centrale laesie die banen die normaliter de plantairflexie veroorzaken kapot zijn gegaan. De teen wordt nu, net zoals bij zuigelingen, weer aangestuurd door zenuwen die er voor zorgen dat de teen hyperextensie gaat vertonen.
De reflex van Hoffmann-Trömner
De reflex van Hoffmann-Trömner (soms ook wel: vingerflexiereflex) is het reflexmatig buigen van het meest distale kootje van de duim en
van de twee proximale kootjes van andere vingers (met name de wijsvinger) wanneer door de onderzoeker geknepen wordt op de vingernagel
van de gestrekte middelvinger van dezelfde hand.
Deze reflex is bij de meeste gezonde mensen niet op te wekken. De reflex van Hoffmann-Trömner kan echter bij sommige gezonde jonge mensen
met levendige reflexen worden opgewekt. In dat geval moet de reflex symmetrisch optreden.
Een asymmetrie in het optreden van de reflex wijst op een stoornis in het centrale motorische neuron.
De reflex is genoemd naar de Duitse neurologen Johann Hoffmann (1857-1919) en Ernst L.O. Trömner (1868-1930).
The information about this subject is edited and based on this article
editor: H.m.Hanse copyright in accordance with the GNU licence